Energietip: Voorkomen warmte- en vochtinbreng

Een belangrijk deel van de koelbelasting van gekoelde ruimtes of opslagcellen is de warmte- en vochttoevoer via deuren of andere openingen. De toevoer van deze warmte en vocht is het gevolg van verschillen in de dichtheid van de koude lucht in de gekoelde ruimte en de warme (vochtige) lucht daarbuiten. Door de luchtdrukverschillen die hierdoor ontstaan, stroomt via de onderzijde van de deur of opening de koude en zware lucht naar buiten, terwijl via de bovenzijde de warme en lichtere lucht naar binnen komt. Als de verschillen in temperatuur tussen de gekoelde ruimte en warme ruimte groter zijn, komt er door dit principe meer warme lucht in de gekoelde ruimte.

De koelbelasting van gekoelde ruimtes bestaat uit een voelbaar en een latent deel. Met het voelbare deel van de koelbelasting wordt bedoeld het wegkoelen van de warmtetoevoer naar de ruimte. Het condenseren van waterdamp is het latente deel van de koelbelasting. Condenseren van waterdamp vindt plaats, doordat in de luchtkoelers de lucht gekoeld wordt tot onder het dauwpunt.

Om de koelbelasting in de gekoelde ruimte te beperken is het belangrijk om de inbreng van warmte (vochtige) lucht zo veel mogelijk te beperken. Hierbij kan gedacht worden aan het toepassen van tochtsluizen, luchtgordijnen, automatische snelsluitdeuren of tochtgordijnen van plastic strips.