Warmteterugwinning met spuikoeler

Het spuiwater van een stoomketel heeft dezelfde temperatuur als het water in de stoomketel. Meestal wordt de spui van de stoomketel afgevoerd naar een spuitank. Doordat het spuiwater bij het verlaten van de ketel oververhit is, gaat een deel van het spuiwater over in flashstoom.

De eenvoudigste manier voor warmteterugwinning uit spui is om de flashstoom uit de spuitank direct naar de ontgasser of voedingswatertank te voeren, waarbij de beschikbare warmte wordt gebruikt voor het verwarmen van het ketelvoedingswater. De beschikbare warmte uit de flashstoom wordt op deze wijze volledig benut. Hierbij is het echter noodzakelijk, dat de druk in de spuitank gelijk of hoger is dan de druk in de ontgasser of voedingswatertank. Een andere mogelijkheid is om door middel van een spuikoeler de restwarmte uit het spuiwater te benutten om een waterstroom op te warmen.

De hoeveelheid warmte die kan worden teruggewonnen uit het spuiwater hangt sterk samen met de hoeveelheid spui. Het verdiend uiteraard de voorkeur om eerste de hoeveelheid spui tot een minimum te beperken voordat aan warmteterugwinning wordt gedacht. De spuihoeveelheid kan worden beperkt door het verbeteren van de kwaliteit van het water waarmee de ketel wordt gevoed.